Kuifje en Bobbie zijn per schip op weg naar Shanghai wanneer ze kennis maken met de excentrieke professor Philomenus Siclone. De man is egyptoloog en heeft een papyrus in bezit gekregen dat de locatie zou aangeven van de lang verdwenen tombe van Farao Kih-Oskh. Omdat het schip toch aanlegt in het Egyptische Port Saïd vraagt de man of Kuifje geen interesse heeft om hem te vergezellen. Onze jonge reporter ruikt het avontuur en stemt toe. Niet iedereen is daar blij mee want hun gesprek werd overhoort en alles wordt in werking gesteld om Kuifje in het verhaal te betrekken. Ze leggen verdovende middelen in zijn kajuit en tippen dan de politie. De agenten Jansen en Janssen komen ter plaatse en vinden de verstopte cocaïne. Kuifje wordt in het ruim opgesloten en als het schip de haven binnen loopt kan hij ontsnappen zodat hij toch nog met Siclone kan meegaan.
De kaart van Siclone blijkt waardevol want al snel kunnen de mannen een hoek van een gebouw blootleggen. Hebben ze de tempel gevonden? Hoe dan ook wordt Kuifjes aandacht getrokken door het geblaf van zijn hond. Hij gaat kijken en vindt er een sigaar waarvan het bandje hetzelfde teken bevat dan op Siclone's kaart staat afgebeeld. Kuifje vraagt zich af wat zijn metgezel ervan denkt maar hij kan de man nergens meer vinden. Kuifje speurt de omgeving af maar de man blijft onvindbaar, tot zijn aandacht weer door Bobbie wordt getrokken. In de net ontdekte muur is er immers een luik open gegaan. Kuifje aarzelt niet en komt tot zijn verbazing in een enorme tempelgalerij terecht. Aan de zijkant staan sarcofagen opgesteld die de lichamen bevatten van alle Egyptologen die de tempel in het verleden wellicht eveneens hebben ontdekt. Als laatste in de rij staan lege sarcofagen bestemd voor Silone, Bobby en hemzelf. Wat uit het lood geslagen zoekt hij verder en vindt er tal van kisten waarin sigaren liggen opgeslagen. De sigaren zijn identiek aan het exemplaar dat hij buiten vond. Wat is hier aan de hand? Eer hij echter antwoorden kan zoeken wordt hij door een gas bedwelmd.
Als hij wakker wordt is het al opnieuw ochtend en dobbert hij midden op zee. Ook Siclone en Bobby drijven in zijn buurt in hun sarcofaag. Ze werden tijdens de nacht aan boord van een schip geladen maar toen de smokkelaars onverwacht controle kregen van de kustwacht, dropte ze de sarcofagen in zee. Kuifje en Bobbie kunnen samen blijven maar de stroming stuurt Siclone terug in de handen van de smokkelaars. Kuifje wordt opgevist door een voorbij varend schip dat door een gehaaide verkoper werd gehuurd. De man gaat aan land om zijn koopwaar aan te bieden aan de bevolking en Kuifje gaat ondertussen de streek verkennen. Dan keer hij alleen terug naar het schip om te ontdekken dat de kapitein en zijn bemanning eigenlijk wapensmokkelaars zijn. Er hij kan vertrekken wordt hij ontdekt en opgesloten. Wat later gaat de deur open en staan Jansen en Janssen bij hem. Zij voegen wapensmokkel toe aan de drugssmokkel maar ook nu weer kan Kuifje door het oog van de naald kruipen en ontsnappen. Eens aan land trekt hij verder door de woestijn tot hij plots een stad ziet.
Bij het binnentrekken van de stad ziet hij dat de bevolking in rep en roer is. Hun Sjeik werd immers aangevallen en dat is een oorlogsverklaring. Er heerst een algemene mobilisatie en Kuifje wordt door Sergeant Ibn-Aboe-Bekhr aanzien als iemand van de bevolking en dwingt hem naar het aanwervingskantoor om in dienst van het leger te treden. Omdat hij niet goed is in het opvolgen van bevelen moet hij het kantoor van de Kolonel gaan opkuisen en daar vindt hij opnieuw het gekende sigarenbandje. Hij doorzoekt het kantoor en in de kluis vindt hij een hele doos. Maar dan wordt hij door de kolonel ontdekt en als spion voor de krijgsraad gebracht. Zij beslissen dat Kuifje zal worden gefusilleerd en in afwachting zal hij worden opgesloten. Hij krijgt echter hulp uit onverwachte hoek Jansen en Janssen redden hem van de executie omdat ze bevel hebben gehad om hem te arresteren. En bevel is bevel!
Kuifje heeft echter geen zin om zich over te geven aan de agenten en misbruikt een moment van verwarring om aan de aandacht te ontsnappen. Samen met Bobby kan hij de stad ontvluchten en zich meester maken van een vliegtuig. Hij is voorlopig gered want om aan achtervolgers te ontsnappen heeft hij constant door wolken gevlogen en heeft zo niet gezien dat hij boven het oerwoud vliegt net nu zijn brandstop op is. Hij crashed maar zowel hij als zijn hond komen ongeschonden uit het wrak. Ze zetten hun tocht te voet verder en merkt dan plots het teken van de sigaren op enkele bomen. Hij volgt de tekens tot hij plots oog in oog staat met Philomenus Siclone. De man lijkt wel gek geworden en Kuifje neemt hem mee tot ze de bewoonde wereld bereiken. Ze bereiken de bungalow van een Britse majoor die de geleerde laat onderzoeken door dokter Finney die besluit dat het best is om de man de volgende ochtend op te laten nemen in een instelling. Ondertussen maakt Kuifje kennis met enkele gasten van de Majoor waaronder dominee Peacock, mijnheer en mevrouw Snowball en de befaamde schrijver Zlotzky. De avond gaat verder onder de druk van een hevig onweer. Siclone heeft van deze weersomstandigheden geprofiteerd om te ontsnappen en de volgende ochtend trekt Kuifje door de jungle om op zoek te gaan naar de man. Als hij hem vindt blijkt de man onder hypnose te staan hij besluit zijn gezel te volgen en zo brengt die hem naar een Fakir die Siclone had opgedragen Kuifje te doden. Zo komt hij er achter dat ook Zlotzky iets met de zaak te maken heeft. Kuifje komt er zo achter dat hij het slachtoffer is van een bende drugsmokkelaars die hem willen doden. Eer de man echter de namen van de bendeleden en baas kan geven wordt hij geraakt door een gifpijl die hem net zoals Siclone waanzinnig maakt. Kuifje wil geen risico nemen en besluit opnieuw op de vlucht te slaan.
Die vlucht brengt hem en zijn trouwe Bobbie tot in India waar zijn signalement reeds is toegekomen. Hij is dus alles behalve veilig. In een poging om van de ordediensten te ontkomen raakt hij gescheiden van zijn hond maar komt als bij toeval in contact met de Maharadjah. Kuifje doet zijn verhaal en de vorst vermoed dat hij en zijn familie belaagd worden door de zelfde bende. Samen bedenken ze een plan en zo ontdekt Kuifje een goed verborgen toegang tot het hoofdkwartier van de bende. Hij verbergt zich en kan zo zien dat alle aanwezigen een cape dragen om onherkenbaar te zijn. Kuifje kan een bendelid overmeesteren en getooid met de cape kan hij ongemerkt rondlopen. Eén voor één kan hij de leden uitschakelen en als hij hun kap afneemt herkent hij de fakir, mijnheer en mevrouw snowball, een Japanner de raadsman van de Maharadjah en de Kolonel die hem ter dood liet veroordelen. Enkel de baas ontbreekt nog. Terwijl hij de mannen aan het binden is daagt ook de Maharadjah op samen met Jansen en Janssen. Zij hadden Bobbie gevonden en zijn ondertussen overtuigd van zijn onschuld. Tijdens het gesprek kan de fakir echter ontsnappen en van de situatie gebruik maken om de prins te ontvoeren. Kuifje zet met een snelle wagen van de vorst de achtervolging in over de gevaarlijke bergwegen. De ontvoerders beseffen dat ze geen kans maken met hun trage auto en besluiten in een hinderlaag te gaan liggen. Als de jonge reporter uitstapt wordt hij beschoten maar de kogel mist doel. Hij kan aan het oog van zijn belagers ontsnappen en zo tot bij de fakir sluipen. Maar die is niet alleen. Zijn metgezel - wellicht de baas - zit op hoger terrein en trapte enkele stenen los. Deze vielen op het hoofd van de fakir waardoor deze knock-out is. Kuifje concentreert zich op de baas en ziet dan hoe de man het evenwicht verliest en in een diepe ravijn valt. Hulp kan hier niet meer baten.
Opgemerkt: