5. De tempel der dinosaurussen

Titel in originele taal: Le temple des dinosaures
ISBN-nummer: 90-6421-329-1
Eerste druk: 1977
Uitgeverij: Uitgeverij Le Lombard
Tekenaar: William Vance
Scenarist: Henri Vernes

Bob en Bill varen samen met enkele gidsen op een rivier in een oerwoud op de grens met Brazilië en Peru. Bill is op zoek naar tempels van een oude beschaving en is overtuigd dat deze ergens in deze regio kunnen gevonden worden. De avond valt en het wordt tijd om een kampplaats te zoeken wanneer er plots een blauwe mist opduikt. Bob, niet snel onder de indruk vindt dit niet abnormaal maar wanneer er plots een Pteranodon overvliegt slaat er toch wat paniek om Bills hart. Daar waar Bob de vogel nog eerst afdoet als een reuze vleermuis kan hij enkel maar bevestigen wat Bill heeft gezien als er meerdere soortgenoten opduiken. Ze beseffen het gevaar en schuilen in de dichte begroeiing van het oerwoud waar de reuze vogels hen niet kunnen volgen. De gidsen hebben angst en denken dat de duivel ermee gemoeid is. Bob en Bill waken om beurten maar wanneer Bill in slaap valt kiezen de gidsen voor het hazenpad. Ze laten voldoende wapens en voedsel achter maar zonder de prauw zijn beide mannen toch op zichzelf aangewezen. Ze besluiten een vlot te maken waarmee ze de rivier kunnen afvaren in de hoop zo terug in de bewoonde wereld te geraken maar net als het vlot klaar is horen ze een watervliegtuig overvliegen.

De mannen doen er alles aan om de aandacht te trekken van de piloot en het lukt. Het vliegtuig kan landen in hun buurt en de piloot is een jonge vrouw. Ludmilla Harper is een paleontoloog en is op zoek naar de plaats waar haar vader vijf jaar geleden verdween. Haar vader was immers op zoek naar verborgen tempels van een beschaving nog ouder dan de Inka's die drakenhoofden aanbeden. Dankbaar voor hun redding biedt Bob aan haar te helpen in haar zoektocht. Ze vliegen verder over het oerwoud en enkel door het arendsoog van de commandant zien ze iets in het struikgewas dat voor een bouwwerk zou kunnen doorgaan. Ze zoeken een landingsplaats om dan te voet terug te keren naar de locatie die ze vanuit de lucht hebben gespot.

Het drietal trekt vanaf de landingsplaats dichter het oerwoud in. Bob is op zijn hoede want in deze streek wonen agressieve Mayorunos indianen die door blanken van bedenkelijk allooi worden geleid. Hoe dan ook bereikt ons drietal zonder incidenten de plek waar de bouwwerken werden waargenomen. Hun verrassing is groot wanneer ze plots skeletten zien liggen van dinosaurussen. De skeletten zijn in perfecte staat en zouden wel eens de draken kunnen zijn die de oude beschaving aanbad. Ze trekken verder en Bill ontdekt een grote opening in een berg. De opening is geflankeerd door uitgehouwen beeltenissen van dino's. Ze zijn zeker op het goede spoor. Ze trekken verder wanneer er plots een onaangename verrassing wacht. Voor hun zien ze de overblijfselen van een man, wellicht is het Ludmilla's vader maar dat kunnen ze niet met zekerheid bepalen. Ze begraven de man en trekken dan de grot in. Daar wacht hen een spectaculair showspel.

In de grot liggen tal van skeletten in een cirkel. Ze werden er duidelijk door mensenhanden geplaatst en ingewreven met een soort van vernis waardoor ze perfect bewaard bleven. Ze onderzoeken de beenderen maar dan steekt een beetje blauwe mist op waardoor iedereen wat duizelig blijkt te worden. Ze kiezen voor veiligheid en besluiten terug naar buiten te gaan maar als ze in de frisse lucht komen zoeven de pijlen hen rond de oren. Het zijn de Mayorunos die hen bestoken. Ze willen de wapens en Bob beseft dat ze hen sowieso gedood zullen worden en ze besluiten dus om terug te vechten. De indianen met hun primitieve wapens zijn niet opgewassen tegen de geweren van Bill en Bob maar toch moeten ze proberen om veiliger oorden te bereiken want uiteindelijk zal hun eten en kogels opraken. Zo kunnen ze een hoger terrein beklimmen waar ze een beter overzicht hebben op hun belagers maar ze zijn nog steeds niet veilig. En dan is daar weer die vervelende blauwe mist.

Door de mistbanken heen zijn onze helden getuige van een hallucinant schouwspel. De skeletten van de dinosauriërs blijken terug tot leven te komen. Laag per laag worden de dieren terug opgebouwd tot ze volledig levensvatbaar zijn. De indianen zitten verscholen tussen de beesten en vluchten weg. Hier en daar valt er een Mayorunos ten prooi een de reusachtige Tyrannosaurus. Bob, Bill en Ludmilla zijn nog de enige die overblijven en de reusachtige wezens keren zich tegen hun. De kogels deren de reuzen niet en vanuit hun hoge positie kunnen ze de dieren afhouden door ze met rotsblokken te bekogelen maar ook die voorraad slinkt snel. Ze lijken verloren tot het plots begint te regenen. De aanvallen gaan liggen en wanneer de mist uiteindelijk is weggeregend hebben de voorhistorische dieren weer hun skeletvorm aangenomen. Het drietal besluit om terug te keren naar het vliegtuig om zich veilig te stellen. Zonder verdere kleerscheuren bereiken ze het kamp waar het vliegtuig op hen wacht. Ludmilla heeft een staaltje kunnen nemen van de blauwe mist en onderzoek zal moeten uitwijzen waar ze mee te maken hadden.