Wanneer Robert en Bertrand willen schuilen voor de regen willen ze hun intrek nemen in een hok aan een fabriek. Het hok is gesloten en bovendien worden ze door Stonne, de brute opzichter van de fabriek, weggejaagd. Ze brengen dan de nacht maar door onder een hangar in de stad en zien zo hoe een oud vrouwtje wordt beroofd van haar handtas. Speurder nummer 17 was toevallig eveneens getuige en tracht de man aan te houden maar loopt daarmee een messteek op in de schouder. De vagebonden kunnen de dief tegenhouden en de toegesnelde politieagenten nemen de man in bewaring. Als ze hun verklaring hebben afgelegd bezoeken ze Nummer 17 in het hospitaal. Daar vertelt de speurder dat hij een onderzoek wou starten naar de verdwijning van het echtpaar Desmond. Desmond is de vennoot van Raoul Contrant, eigenaar van de fabriek. Het paar vertrok op vakantie naar de Ardennen maar zijn nooit in hun hotel aangekomen. Gewond kan de speurder niets doen maar Robert en Bertrand nemen die taak graag van hem over.
De volgende ochtend zijn de vagebonden al vroeg op stap als ze een man tegenkomen. Hij noemt Jef Schelkers en in zijn kruiwagen ligt zijn dochter Maria. Hij vervoert het meisje naar haar werk in de fabriek en zo kan ze nog wat langer slapen. Ze vergezellen de man naar de fabriek en zijn getuige hoe Stonne de kinderen hardhandig aanpakt. Dit kunnen onze helden niet over hun heen laten gaan en spreken Stonne aan. Er ontstaat een kort maar hevig handgemeen dat wordt stopgezet door directeur Contrant. De vagebonden vertellen dat ze een onderzoek voeren in opdracht van Nummer 17. Hij verklaart dat zijn vennoot inderdaad spoorloos is verdwenen en niet weet wat er is gebeurd. Bij het verlaten van de fabriek neemt Maria hen in vertrouwen en zegt dat de mannen maar eens met haar vader moeten gaan praten. Hij zou meer weten van de zaak. Onderweg naar het huisje van de familie Schelkers merkt Bertrand dat ze gevolgd worden en besluiten in een hinderlaag te liggen. Hun achtervolger heeft het echter door en vlucht in een rode auto. Zonder verdere problemen komen ze aan in de krotwoning van Jef. Hij vertelt dat hij de laatste was die mijnheer Desmond heeft gezien. Hij zag hoe ze hun koffers in hun auto aan het laden waren en reden weg voordat hij hen kon aanspreken. Niet veel wijzer vertrekken de vagebonden terug maar op hun terugweg worden ze bijna aangereden door de rode auto. Het is duidelijk dat iemand hen te nieuwsgierig vindt.
De volgende ochtend willen ze mijnheer Contrant weer aan de tand voelen maar hij is afwezig. Er vallen weer woorden met Stonne terwijl ze wachten maar hun gesprek wordt onderbroken wanneer één van de kinderen aangeeft dat er een wagen van de brug is gereden. Robert en Bertrand snellen naar de plaats van het onheil waar ze de rode wagen in de vaart zien liggen. De bestuurder zit levenloos achter het stuur. Volgens Stonne heet de man Ponson, een privé detective aangeworven door Raoul Contrant. Ze gaan terug naar het huis van Schelkers en komen net op tijd om te zien dat de politie er een huiszoeking uitvoert. Ze hebben een tip gekregen dat hij achter de verdwijning van de familie Desmond zou zitten en vinden er de portefeuille en juwelen van de Desmonds die de bewering staven. Ze zijn er zeker van dat het opgezet spel is en dat de eigendom van de Desmonds er geplaatst werden om de verdenking naar Jef te verschuiven. Robert en Bertrand moeten informatie krijgen van binnenuit en doen beroep op Joeki. Hij zal tijdelijk in de fabriek gaan werken om informatie te vergaren.
Lang moeten ze niet wachten want Maria toont de knaap een ingang naar het hok dat zo angstvallig gesloten moest blijven in het begin van het verhaal en de kinderen zijn onthutst wanneer ze op de vloertegels de afbeeldingen zien van het gelaat van een man en een vrouw. Ze begrijpen niet wat er aan de hand is en proberen de gezichten weg te wassen maar dat lukt niet. Ze maken wat veel lawaai en buiten het hok wordt dan ook de aandacht van Stonne getrokken. De kinderen kunnen op tijd terug wegduiken maar ook Stonne ziet de gezichten en verwittigd zijn baas. Samen komen ze terug en als ook Stonne er niet in slaagt om de gezichten te verwijderen krijgt hij de opdracht om de vloer met een laag cement te bedekken. Joeki heeft ondertussen via een oude foto ontdekt dan één van de gezichten niemand minder is dan dat van mijnheer Desmond. Aangenomen wordt dat het andere gezicht dan van zijn vrouw zal zijn. Hoe dan ook heeft het cement geen enkel resultaat want de gezichten blijven zichtbaar. Contrant geeft dan maar de opdracht om het hok dicht te metselen. Joeki hoort dit alles en gaat snel Robert en Bertrand halen. Als deze terugkeren zien ze hoe Stonne de kinderen weer een pak voor de broek geeft. Onze vrienden vragen hem te stoppen maar dat maakt de bullebak nog bozer. Hij valt de mannen aan maar in het handgemeen wordt hij gegrepen door een machine en hardhandig tegen een betonnen muur gesmeten. In zijn laatste moment biecht de man op. Contrant heeft de Desmonds gedood en hij heeft in opdracht en in ruil voor geld de lichamen begraven onder de vloer van het hok. De politie wordt erbij gehaald en als de lichamen inderdaad ontdekt worden is het voorbij voor de eigenaar van de fabriek en legt hij volledige bekentenissen af.
Opgemerkt: