Het is rustig op de kantoren van MI-5 en directeur Donald Spruce mijmert hoe zijn leven er uit had kunnen zien als hij in de oorlog geen kogel in de knie had gehad. Hij zou dan zeker nog werken als actieve agent en de spannendste avonturen kunnen beleven. Om zich wat op andere gedachte te brengen gaat hij op bezoek bij de dienst van Michael Fairless die hem hun nieuwste computer "Betty" voorstelt. Betty is de enige computer ter wereld die zelfstandig bepaalt wie er een gevaar voor de wereld is en dient uitgeschakeld te worden. De resultaten kunnen niet betwist worden en agenten overal ter wereld worden verplicht om de orders op te volgen. Enkel na 7 dagen mogen ze MI-5 contacteren om een status te geven van hun opdracht.
Donald is niet blij met het feit dat een computer bepaald wie er uitgeschakeld moet worden maar wanneer hij een demonstratie krijgt slaat de paniek toe. De hoofdingenieur John Mathfool heeft immers een fout gemaakt met het ingeven van data waardoor plots niemand minder dan Clifton op de moordlijst komt te staan. Het is onmogelijk om het bevel van Betty tegen te gaan en dus moet Clifton snel verwittigd worden en proberen om 7 dagen uit de handen van zijn moordenaars te blijven. Spruce kan gelukkig zijn goede vriend telefonisch bereiken en Clifton, hoewel woedend op Mathfool, ziet de ernst van de situatie onmiddellijk in. Hij heeft geen tijd te verliezen en pakt zijn jas om dan te zien hoe zijn MG wordt gestolen. De dief komt niet ver want de kolonel ziet wat later dat de wagen door een vrachtwagen werd geramd. Wellicht dachten de moordenaars van MI-5 dat hij met de wagen reed. Hij wacht niet tot de moordenaars doorhebben dat hij niet dood is en vlucht naar Londen waar hij een een appartement heeft.
In Londen wordt hij verwelkomt door Miss Medding, de huisbewaarster die blij is om hem te zien. Clifton denkt er veilig te zijn maar ruikt dan plots gas. Hebben zijn belagers hem reeds gevonden? Hij neemt geen risico en stelt zich verdekt op terwijl hij met een lange koord de deur naar de keuken opent. Wat volgt is een grote explosie. Zijn achtervolgers hadden hem dus gevonden en bijgevolg moet hij weer op de vlucht. Omdat de daders wellicht op de loer liggen vlucht hij weg via het dakraam om vervolgens een melkboer te dwingen om hem naar een achterbuurt te brengen waar hij dan even kan uitrusten. Hij vindt op een autokerkhof een sofa waar hij al snel in slaap valt. Een kleine kitten houdt hem gezelschap in de koude nacht. De kolonel denkt voor even veilig te zijn maar niets is minder waar. Plots wordt hij omringd door vlammen. Zijn belagers hebben er niet voor teruggedeinsd om het autokerkhof in brand te steken. Hij ziet een takelwagen staan en als hij de grote vrachtwagen niet kan starten is hij reddeloos verloren. Hij start gelukkig en kan samen met zijn nieuwe kitten door de omheining rijden om een tiental meter verder tot stilstand te komen. Hij is amper uitgestapt of het vuur heeft de brandstofleiding bereikt waardoor de truck ontploft.
Dan heeft Clifton een idee. Hij moet zijn goede vriend Mike in Jelly Lane bereiken. Mike is taxichauffeur en voormalig rally piloot en als er iemand zijn belagers kan afschudden is hij het wel. Hij heeft een plan en legt het voor aan Mike. Ze wachten tot de moordenaars opdagen en rijden dan weg als de gekken met de twee moordenaars in de achtervolging. De dolle rit duurt al 20 minuten wanneer één van de agenten beseft dat er iets mis is. Het is wel duidelijk dat Clifton niet meer aan boord is van de taxi en dat hij op een bepaald moment moet uitgestapt zijn. Omdat ze in de nabijheid van een luchthaven zijn vermoeden ze dat hij zich daar zal schuilhouden. Clifton zit inderdaad in de bar van de luchthaven te genieten van een kopje thee wanneer hij de agenten kan spotten. Hij vlucht weg naar de toiletten waar hij een hippie neerslaat om vermomd als muzikant te ontkomen. Zijn vermomming is zelfs zo goed dat de bandleden van de hippie die hij neersloeg niet doorhebben dat hij iemand anders is en zo plots op het podium van een concertzaal staat. De agenten hebben echter door dat hij het is en volgen hem tot in de kleedkamer waar ze plots oog in oog met elkaar staan. Harold kan het nog op een lopen zetten en Donald bellen om zijn locatie door te geven maar het is te laat. Hij wordt neergeslagen en bewusteloos weggevoerd. Ze brengen hem naar een bouwwerf waar ze hem zullen vermoorden maar dan komt Donald Spruce net op tijd op de proppen. Hij zegt tegen zijn agenten dat Betty een fout heeft gemaakt. Eén agent begrijpt de situatie maar de andere agent, Allan Barker wil de missie verder zetten. Het wordt snel duidelijk waarom. Barker is immers een dubbelagent met echt naam Serej Kalachnikov. Betty stond op het punt om zijn ware identiteit te ontdekken en voorzag Mathfool zonder dat die dat wist van valse informatie. Spruce is de spion gelukkig te snel af en kan hem verdoven met pijltjes uit zijn nieuwe wandelstok. Clifton is terug veilig.