In een afgelegen herberg bezingt een troubadour een avontuur van Johan, de rode ridder. Zijn lied gaat over een ridder die meer gemeen had met het veld dan met het kasteel en die tijdens de oogstmaand hield om zijn eten en logies te kunnen bekostigen. Op een dag komt hij in actie tegen enkele soldeniers wanneer ze zijn gastheer hardhandig aanpakken. Ze zijn op zoek naar Aegidius. De man zou het in de regio Dyrrhachium nogal bont gemaakt hebben en wordt nu gezocht. Goran, de boerenzoon heeft Aegidius in de richting van Argus zien rijden. Johan die nog een eitje met de man te pellen heeft twijfelt geen moment en zet de achtervolging in.
Tot zijn verbazing geven de soldeniers het op. Zij wagen zich niet in de Argus regio en het wordt snel duidelijk waarom. Het land is een woestenij waar bijna niets groeit en dus kan de ridder makkelijk zien dat hij gevolgd wordt. De achtervolger wordt in de val gelokt maar het blijkt Goran te zijn, die op avontuur belust, zich aanbiedt om Johans schildknaap te worden. Ze zijn al te ver in het land om de jonge kerel terug te sturen en Johan stemt toe. Na een lange tocht bereiken ze de zee en worden vanuit de lucht aangevallen door enorme vogels. Ze stortten zich op de mannen die hun dodelijke bekken proberen te ontwijken. Johan slaagt erin om één vogel te doden maar ze blijven in gevaar tot er plots hulp op duikt. Dwergen, gewapend met pijl en boog slagen er in om de vogels te verjagen maar zijn boos op Johan omdat hij er eentje heeft gedood. De vogels heten Pelagorni en zijn voor de dwergen gezonden door God. Ze vangen ze om ze te verzorgen in een grote kooi onderaan de klif. Omdat Johan een Pelagroni heeft onthoofd wordt hij voorgeleid bij hun Koningin, Maia, de pauwendame. Zij hoort hoe de ridder op zoek is naar Aegidius om hem voor het gerecht te brengen of zelfs om hem te doden maar staat perplex als hij hoort dat Aegidius onlangs met haar gehuwd is en dus Koning van Argus zijn. Hij is dus onaantastbaar maar omdat Johan niet op andere gedachten te brengen is wordt hij en Goran voorlopig opgesloten in het kasteel. Die nacht wil Johan echter al toeslaan. Hij begeeft zich eerst naar de troonzaal en daar ziet hij Aegidius zitten. De man is op zeer korte tijd werkelijk oud geworden en straalt geen ons kracht meer uit. Johan wil de man niets doen maar wanneer de bejaarde Aegidius Johan met een dolk naar het leven staat heeft de rode ridder geen andere keuze meer dan zijn zwaard te gebruiken. De Koningin had hun gesprek overhoord en begrijpt Johan. Ze is niet kwaad, wel integendeel. De Koningin biedt hem zelfs aan om aan haar zijde op de troon te zitten maar dat weigert hij. Nu slaat Maia wel een kreet van woede en Johan maakt van de verwarring gebruik om zich even te verbergen.
Nu ze Johan niet kan krijgen, richt ze haar pijlen op Goran en de jongeman kan niet aan haar charmes weerstaan en geeft zich over aan zijn lusten door een passionele nacht met de Koningin te delen. De volgende dag gaat Johan terug op zoek naar zijn reisgezel en hij vindt hem terug op de troon naast de Koningin. Ook Goran is op één nacht een oude man geworden. De Koningin doet haar verhaal. Maia is afkomstig uit Dryadalis, het land van oppergod El. Zij was er pauwendame en was op zoek naar macht. Ze kon Argus, de eenogige reus overtuigen om naar de aarde te komen om er de macht over te nemen. El was woedend en strafte hen. Hij versteende Argus en sloot de pauwendame op in haar kasteel tot het einde der tijden. Zij is de enige die Argus terug tot leven kan wekken door de kracht van mannen te verzamelen. Enkel als ze genoeg kracht heeft verzameld zal Argus herrijzen en Goran was de laatste man die ze nodig had want plots begint het kasteel te daveren en komt de reus tevoorschijn. Hij is niet meer de oude herder maar lijkt wel een demon. Hij herkent Maia totaal niet en valt haar aan waarmee haar laatste uren geteld zijn.